The Man with the Pan Manifest
Is een tilapia, die in een tank in een Vlaamse boerenstal het levenslicht ziet, meer verantwoord dan een Nigeriaanse kweekdorade die in de zee zwemt? Wat hebt u liever; een smakeloze biotomaat of een smaakvolle pommodoro die niet bio is? Mijn moeder heeft mij geleerd dat als het smaakvol is en lekker, het meestal ook gezond is. Als een tomaat zoet smaakt, mooi rood is en lekker ruikt, kan ik u vertellen dat dit een tomaat is die met veel liefde en zon groot is geworden. Daar heb ik geen bio- of EKO-stempel voor nodig.
Iedereen zou zijn logisch verstand moeten gebruiken en moeten proeven. Ga niet alleen af op het bijgeleverde getuigschrift van het product. Laat je niet gek maken; alle mooie titels als ‘vrije-uitloopeieren’, ‘weide-eieren’ en ‘graneneieren’ ten spijt, als er geen ‘0’ op het ei staat, is het nog steeds een fout ei.
In mijn eigen beroepspraktijk probeer ik zoveel als mogelijk uit te gaan van de onderstaande punten zodat ik, binnen de marges van het betamelijke, zo verantwoord mogelijk mijn gasten voed:
1.
Het gaat in de eerste plaats om de smaak. Al is het nog zo verantwoord geproduceerd; als het niet lekker is, IT SUCKS!
2.
Weg met kunstmatige smaakversterkers, de smaakvervalsers. De nummers E620 tot en met E650 zijn het kwaad in alle keukens. Zij laten u iets proeven dat er niet is. Door de overdaad aan zout waarmee de voedselindustrie ons bestookt, zijn we straks niet meer in staat een eerlijk tot stand gekomen smaakcompositie te beoordelen. Door smaakversterkers die in laboratoria worden gefabriceerd, kan de voedselindustrie zeer hoge marges behalen. Het zo tijdrovende en kostbare proces van authentieke smaken maken, is voor de grote producenten nu niet meer nodig. Ze gebruiken vooral veel zout en kunstmatig smaakextract. Ik kan u verzekeren dat in een kippenbouillonblokjes van Knorr geen kip is terug te vinden. Producten van goede kwaliteit hebben geen smaakversterkers en kleurstoffen nodig!
3.
Droog, steriliseer, pasteuriseer of vries in maar laat al die kunstmatige conserveringsmiddelen achterwege. Die zijn niet alleen overbodig, maar ook erg ongezond. Ik heb het over de nummers E200 tot en met E252. De mens conserveert al duizenden jaren succesvol. En zonder sorbinezuur, natriumsorbaat, zwaveldioxide, thiobendazol en kaliumnitriet (een kleine greep uit een lange lijst van stoffen die je echt niet in je lichaam wilt) te gebruiken. Ik probeer alle E-nummers uit mijn keukens te weren, maar bovengenoemde komen er zéker niet in.
4.
Wat vlees betreft, eet ik zelf bij voorkeur paarden- en geitenvlees. Het meest veilig en verantwoord omdat deze dieren nog niet grootscheeps gefokt worden voor de consumptie. Áls ik met varken, gevogelte, rund of lam werk, informeer ik me altijd over de herkomst van het vlees, bij welke boer de dieren groot geworden zijn en hoe. Bio is niet mijn standaard. Niet al het verantwoorde vlees is ook bio. En niet al het bio-vlees is lekker. Ik pleit dus voor meer kwaliteitsaanduidingen dan alleen het EKO-merk. Laten we nummers gebruiken zoals dit bij eieren gebruikelijk is. Aan de nummers (van 1 tot 5) is af te leiden aan welke voorwaarden het vlees voldoet. Ruimte, kwaliteit en liefde voor het leven, zijn voor mij belangrijke uitgangspunten. Als ik hierover twijfel sluit ik het uit voor gebruik.
5.
Vis is weer een heel ander verhaal. Je hebt kweekvis en wilde vis. De kweekvis is weer onder te verdelen in vega-vis en vis-etende vis. Vega-vissen zijn ook vleeseters van origine, maar krijgen tarwemeel te eten in plaats van vismeel. Het gaat allemaal erg ver…. We hebben nu al spruiten die naar bloemkool smaken en binnenkort hebben we kweekpalingen met tonijnsmaak. Ook hier dus weer; gebruik je logisch verstand. We zijn nota bene een volkje van vissers, dus laat u niet bedotten. Koop gewoon eens een schelvis of wijting. Heerlijk en voor de Nederlandse kust gevangen. Ze komen niet uit de één of andere tank in een boerenstal en worden niet ingevlogen vanuit Nigeria. De malste inktvissen en zeekatten komen uit onze eigen Noordzee. En er zijn er nog genoeg.
Verder wil ik nog één ding vermelden. Zonder ingenieur Lely zouden we nu in Nederland de grootste natuurlijke viskweekvijver in de hele wereld hebben gehad: de Zuiderzee. We hebben een goudmijn gedempt. Met het afsluiten van de Zuiderzee hebben niet alleen de vissen het loodje gelegd, maar wat mij betreft ook de Hollandse identiteit.


